1. Wat als het hoogste absorptievermogen niet voldoende is?
    Incontinentiemateriaal met te weinig absorptievermogen is een probleem dat vooral ’s nachts voorkomt. Elke situatie moet individueel beoordeeld worden. Op welk tijdstip vindt ’s avonds de laatste verschoning plaats? Is het mogelijk om de patiënt ’s nachts nog een keer te verschonen? Is een (externe) katheter wellicht een oplossing om de nacht zonder doorlekken door te komen?

    Mochten dit geen opties zijn, informeer dan bij de medische groothandel. Er bestaat tegenwoordig namelijk incontinentiemateriaal met een absorptievermogen tot wel 4 liter. Dat kan eventueel nog worden aangevuld met zogeheten doorlaatbare inleggers.

  2. Hoe voorkom je doorlekken bij patiënten met halfzijdige verlamming, krachtsverlies of spierzwakte?
    Bij patiënten met halfzijdige verlamming, krachtsverlies of spierzwakte (hemiparese) gaat incontinentie vaak gepaard met extra uitdagingen. Bij patiënten die gebonden zijn aan een rolstoel of bed of anderzijds lichamelijk beperkt zijn kan het, net als bij mensen met spasmen of een scheefstaand bekken, lastig zijn om het juiste materiaal te bepalen. Maar ook het slapen op de zij kan een oorzaak zijn van doorlekken. Absorberende, wasbare matrashoezen zijn in dergelijke gevallen een goede aanvullening op het reguliere incontinentiemateriaal. Bij mannen kan een externe (condoom)katheter helpen bij het voorkomen van doorlekken.

    In veel gevallen kan doorlekken echter worden voorkomen door niet de symptomen te bestrijden maar de oorzaak aan te pakken. Bij blaasretentie bijvoorbeeld, wanneer de patiënt niet of onvoldoende in staat is om de urine uit te plassen, kan intermitterend katheteriseren (het regelmatig en met tussenpozen legen van de blaas) helpen om ongewenst urineverlies te minimaliseren. Door middel van bekkenbodemoefeningen en blaastraining kan dan de bron van de problematiek worden aangepakt.

    Wanneer er (aanvullende) absorptiematerialen nodig zijn, dienen deze te worden afgestemd op de wensen, mogelijkheden en lichaamsbouw van de patiënt. Zorg voor een goede pasvorm, correcte aanbrenging en tijdige verschoning. Kom je er zelf niet uit, overleg dan met een collega of vraag de leverancier om advies.

  3. Wat is ‘slim’ incontinentiemateriaal?
    Slim incontinentiemateriaal bevat sensoren die het vochtniveau zeer nauwkeurig registreren. Via een app wordt doorgeven in hoeverre het incontinentiemateriaal verzadigd is. Doordat je in één oogopslag kunt zien wanneer het maximale absorptievermogen bereikt wordt, kun je de patiënt op het juiste moment verschonen.
  4. Is een katheter altijd de oplossing bij incontinentie?
    Een verblijfskatheter verhoogt het risico op infecties van de urinewegen en mag daarom nooit de eerste keuze zijn in de zorg bij incontinentie. Uitzonderingen zijn wanneer de patiënt last heeft van slecht genezende wonden in het genitale gebied, of wanneer het urineverlies niet op een andere manier te beheersen is. In bepaalde gevallen kan intermitterend katheteriseren een goed alternatief zijn voor een verblijfskatheter. Bij elke patiënt met incontinentie geldt dat een gedegen diagnose en anamnese essentieel zijn voor het bepalen van de juiste oplossing.
  5. Welk incontinentiemateriaal is geschikt voor patiënten met huidproblemen?
    Bij patiënten met huidproblemen in het genitale gebied kunnen incontinentiematerialen jeuk en pijn veroorzaken. In de meer ernstige gevallen kunnen er zelfs scheurtjes, wondjes en littekenweefsel ontstaan. Om irritatie van de gevoelige huid te voorkomen is het belangrijk om een zo zacht mogelijk incontinentiemateriaal te kiezen, bij voorkeur met een katoenen toplaag. Ook wasbaar incontinentiemateriaal van bamboe kan in deze gevallen uitkomst bieden. Vanzelfsprekend is een tijdige verschoning ook van belang om te voorkomen dat nattigheid de irritatie van de huid verergert.
  6. Moet ik rekening houden met een bepaald beleid voor het verwisselen van incontinentiemateriaal?
    Elke zorginstelling hanteert een bepaald beleid voor het verwisselen van incontinentiemateriaal. Dat beleid zal wellicht niet overeenkomen met de richtlijnen van de fabrikant, de leverancier en de zorgverzekeraar. Het belangrijkste is dat het incontinentiemateriaal zo goed mogelijk wordt afgestemd op de lichamelijke aspecten, omstandigheden, leefstijl en specifieke wensen van de patiënt. Fabrikanten en zorgverzekeraars zullen hun beleid altijd baseren op een economisch perspectief; het is aan jou als verpleegkundige om het belang van de patiënt voorop te zetten.