Op de crisisafdeling van Inforsa is geen werkweek, laat staan een werkdag, hetzelfde. Joris werkt daar als groepsbegeleider, al noemt hij zichzelf liever sociotherapeut. In de forensisch psychiatrische kliniek, waar zorg verleend wordt die door de rechter is opgelegd, hebben alle cliënten een andere achtergrond en een ander verhaal. “Iedereen heeft iets wat je voor de eerste keer meemaakt”, vertelt hij. “Dat maakt werken in de GGZ zo interessant. Je probeert onbegrijpelijk gedrag begrijpelijk te maken, met als doel om voor de cliënten een leefbare situatie te creëren.”

Werken in de GGZ: iedere dag is anders

Joris koos er tijdens zijn studie bewust voor om te gaan werken in de GGZ. Dat hij bij de forensische zorg uitkwam had hij van tevoren niet bedacht. “Maar ik vind het enorm interessant. Het werk hier is erg gevarieerd. Ik heb veel cliëntencontact, hou me bezig met somatische zorg en krijg te maken met crisisbeheersing. Een andere dag loop ik juist met cliënten een rondje door de tuin of ga met ze op verlof. Ja, het is echt zo dat ik iedere dag als ik naar mijn werk ga geen idee heb wat mij te wachten staat. Het kan zijn dat ik rustig samen een film aan het kijken ben, maar ik kan ook de hele dag aan het rennen zijn. Die dagen wisselen elkaar gelukkig goed af.”

Het mooiste aan zijn vak vindt Joris het langdurig cliëntencontact. “We staan altijd naast de patiënt, ook als het slecht gaat. Al is de situatie nog zo triest, we zorgen dat er zo goed mogelijk zorg wordt geboden. Zo had ik ooit een cliënt die heel erg de boot afhield voor behandelingen. Ik heb vervolgens maanden geïnvesteerd, gesprekken gevoerd, geprobeerd er echt voor hem te zijn. Toen hij stabieler werd, zocht hij steeds meer toenadering. Uiteindelijk liet hij zelfs zijn familie toe in de behandeling en kon hij binnen een jaar zonder herstelkliniek — wat gebruikelijk is — ­terug naar zijn woning. Terwijl het er eerst naar uit zag dat hij zijn huis zou verliezen. Daar doe je het voor.”

Persoon achter de verslaving

Verpleegkundige Hein werkt op de detox-afdeling van Jellinek in Utrecht. Ook hij wist na een eerdere stage, in de verslavingszorg, dat werken in de GGZ voor hem de juiste keuze was. “Ik raakte direct geïnteresseerd in de persoon achter de verslaving. Wat is de reden dat iemand verslaafd raakt? Het is namelijk nooit zo dat iemand daarvoor kiest. Je wordt er langzaam ingetrokken. Ik verbaas me weleens hoeveel mensen negatief kijken naar mensen met een verslaving. Terwijl je vaak, wanneer je in gesprek gaat, echt begrip krijgt voor hun situatie.”

Hein krijgt vaak te horen dat het vast heftig is, wat hij op zijn werk meemaakt. “Dat is af en toe ook wel zo natuurlijk, maar het is mijn werk. Ik weet wat ik moet doen, net als mijn collega’s. Voor nieuwe cliënten bij ons binnenkomen, krijgen we al veel informatie over deze persoon. Als er een goed voorbereidend onderzoek is gedaan, gebeurt het zelden dat we worden verrast. Zelfs als mensen zwaar onder invloed binnenkomen weten we wat te doen. We vertrouwen op onze werkwijze, net als bij een ander beroep. Je vertrouwt op het gemaakte beleid van de basis- en verslavingsarts, je eigen metingen en observaties en de acties die je onderneemt. Het afkicken moet de cliënt zelf doen. Wij kunnen daar ondersteuning bij geven door middel van medicatie, uitleg over ontwenning en het bieden van een luisterend oor. Ook kan motiverende gespreksvoering helpen om iemand tijdens de moeilijke momenten te helpen.”

Begrip voor cliënt

Helaas moet Hein erkennen dat veel mensen die op de detox-afdeling worden behandeld, uiteindelijk een terugval krijgen. “Een verslaving is echt lastig, het is zo hardnekkig. Toch willen we er voor iedereen zijn. We zien in eerste instantie meestal slecht verzorgde mensen, vaak ook met een grote mond. Dat is pittig, maar als je er later achter komt dat iemand eigenlijk gespannen was en niet goed weet hoe met deze gevoelens om te gaan, dan snap je beter dat iemand zo reageert. Ook al is de weg nog zo lang, het is mooi om iemand te kunnen helpen met de eerste nieuwe stap. Detox is nog niet eens stap één trouwens. Pas als ze bij ons weg zijn, gaan ze aan de slag met hun achterliggende problemen. Maar het voelt wel goed om het eerste zetje te geven.”