Voordat de vragen over medicatieveiligheid aan bod komen, is het allereerst goed om op een rijtje te zetten wat de vijf meest voorkomende knelpunten zijn bij het toedienen van medicijnen. Waarschijnlijk herken je de meeste wel:

  1. Toedienlijst incompleet of onduidelijk
  2. Controles bij toedienen niet altijd goed uitgevoerd
  3. Geen medicatieverificatie bij in zorg komen
  4. Geen medicatiebeoordeling
  5. Tussentijds aanpassen GDS-zakje

Knelpunten medicatieveiligheid

In het vragenuurtje met Yocarini, die te zien is in deze video, gaat ze uitgebreid in op de knelpunten op het gebied van medicatieveiligheid. Zo geeft ze aan dat bij maar liefst twee derde van de zorginstellingen niet alle toedienlijsten up-to-date en/of duidelijk zijn. “Bovendien is het zo dat bij de helft van de instellingen niet altijd de juiste controles plaatsvinden. Vooral de dubbele controle is hierbij een knelpunt. Een tip die ik geef is: als het niet anders kan, controleer dan jezelf. Doe na het prepareren van de medicatie één andere taak en bekijk vervolgens opnieuw wat je hebt gedaan. Dan heb je het zelf in ieder geval twee keer gezien. Leg wel goed vast dat je zelf de dubbelcheck hebt moeten uitvoeren.”

Het wil ook voorkomen dat er geen medicatieverificatie wordt uitgevoerd. “Probeer altijd eerst even met de cliënt of mantelzorger stil te staan bij de voorgeschreven medicatie. Klopt dit wat hun betreft, hoe neemt de cliënt normaal gesproken zijn of haar medicatie. Door deze verificatie voorkom je fouten.”

Medicatiebeoordeling

Naast de verificatie is het ook belangrijk om in de gaten te houden of de medicatiebeoordeling nog wel de juiste is. “Wanneer je van een cliënt signalen opvangt dat hij of zij eigenlijk geen medicijnen meer wil, omdat de cliënt zich bijvoorbeeld beroerd voelt, dan is het verstandig om te vragen naar een nieuwe medicatiebeoordeling. Dit kan tot gevolg hebben dat de medicatie wordt gestopt, of dat er een aanpassing wordt gemaakt in de dosering.”

Mensen die herhaalmedicatie gebruiken krijgen een zogenaamd GDS-zakje. Dit geneesmiddel distributiesysteem moet de medicatieveiligheid vergroten, één zakje is namelijk één innamemoment. “Toch zorgt dit ook voor fouten”, weet Yocarini. “Wanneer er wijzigingen worden doorgevoerd, maar er in een zakje toch verschillende medicijnen zitten, gaat dit vaak fout. Ik zeg daarom ook: zorg dat er geen verschillende medicatie bij elkaar zit en hou de apotheek daaraan, want jij bent verantwoordelijk voor de inname.”

In ditzelfde spreekuur kregen zorgmedewerkers de gelegenheid om Yocarini aanvullende vragen te stellen. Een aantal daarvan worden hieronder door de IVM-adviseur beantwoord.

Hoe herken ik nou problemen bij het gebruik van opiaten? Als wijkverpleegkundige kan ik niet 24/7 in de buurt van de cliënt zijn.

“Ik adviseer meestal om te proberen dit moment nog voor te zijn. Stel dat je een cliënt hebt die geopereerd wordt of al is. Kijk dan naar welke medicatie hij of zij krijgt na de operatie. Als dit bijvoorbeeld oxycodon is, dan moet je goed uitkijken. Bespreek met de cliënt dat je heel snel verslaafd raakt en dat het moeilijk afbouwen is. Daarnaast benadrukt Yocarini het belang van een voorraadbeheerlijst. “Neem deze ook echt in gebruik voor zo ver dat nog niet het geval is. Op die manier kun je goed monitoren hoeveel dosis er aanwezig is en hoeveel er wordt gebruikt.” De laatste tip die Yocarini meegeeft over dit onderwerp is om op opiaten.nl te kijken naar meer tips en voorlichting.

Hoe voorkom je dat collega’s dezelfde fouten maken met medicatie?

“Meestal gaat het mis bij foute routines. Routines bij medicijngebruik zijn eigenlijk per definitie al verraderlijk. Ik vind dat dus ook geen goed idee. Vaak denken zorgverleners in de stress van alle dag: ‘Het is iedere dag hetzelfde, ik geef het gewoon’. In plaats van de toedienlijst te controleren op mogelijke wijzigingen. Een andere veelvoorkomende fout die wordt gemaakt, is dat een toedienlijst wél wordt gecontroleerd, maar vervolgens ook direct wordt afgetekend. Vervolgens komt er iets tussen en wordt de medicatie alsnog niet gegeven. Dit is natuurlijk heel kwalijk. Het is daarom heel belangrijk om als team samen na te gaan waar het mis gaat of is gegaan. Maar ook om te benadrukken dat de verantwoordelijkheid bij jou als zorgmedewerker ligt.”

Hoe gaan andere instellingen om met mensen in de thuiszorg die slecht zien en niet willen innemen?

Deze vraag trekt Yocarini wat breder. Het wil bij slechtzienden, maar ook bij andere cliënten nog weleens voorkomen – om uiteenlopende redenen – dat je medicatie wel aanreikt, maar dat het vervolgens niet wordt genomen op het moment dat je bij de cliënt aanwezig bent. “Ik adviseer om dit vast te leggen in het zorgdossier. Dat kan namelijk. Geef duidelijk aan dat jij het controleert, dat jij het klaarzet, maar dat de cliënt de medicatie zelf neemt op een moment dat het hem of haar beter uitkomt. Uiteraard is het vaak ook mogelijk om in overleg met de cliënt de tijd van toedienen te wijzigen.”

Wat als stoprecepten niet geschreven worden?

Het komt regelmatig voor dat een huisarts een stoprecept niet door heeft gegeven. Zorgmedewerkers vragen zich in zo’n situatie regelmatig af of zij de medicatie wel of niet mogen en moeten wijzigen. Yocarini is hierover stellig. “Formeel mag je het alleen wijzigen, als je van de arts zwart op wit hebt dat er een stoprecept is. Is die er niet, dan zul je er nog een keer achteraan moeten. Zelf wijzigen is niet de bedoeling.”

Heb jij nog meer vragen over medicatieveiligheid aan Gemma Yocarini of aan het IVM? In dit vragenuurtje komen nog meer vragen aan bod en worden verschillende casussen besproken. Ook vertelt Yocarini hoe je wekelijks je vragen kunt stellen via een spreekuur van het IVM.