Luka Doppen is ambassadeur Gehandicaptenzorg en persoonlijk begeleider bij Estinea. Maandelijks schrijft ze een column voor Hart voor Zorg. Ook geeft ze een workshops tijdens de inspiratieweken van Hart voor Zorg.
Vier jaar lang begeleidde ik haar één-op-één. In de praktijk betekent dit dat je er de hele dag door voor haar bent. Je haar veiligheid bewaakt, haar spanning leest en naast haar mag staan. Je leert elkaar dan echt kennen. Ik leerde hoe zij veiligheid zocht, wanneer situaties haar overspoelde. Dit zouden anderen kunnen bestempelen als negatieve aandacht vragen of agressie, maar eigenlijk was de vraag erachter: ben je er ook als het moeilijk wordt, help mij het weer te overzien. Ik kende haar signalen, haar ritme, haar momenten van overprikkeling en haar behoefte aan nabijheid. Zij kende mij net zo goed. Mijn stem, mijn tempo, mijn grenzen. Dat ontstaat niet vanzelf. Dat bouw je op in al die jaren.
Vandaag was de dag dat ze zou verhuizen. Om acht uur ’s ochtends, terwijl het nog donker was, kwam ze rustig en nog een beetje slaperig de gang uitgelopen. Ze deed wat ze altijd doet: eerst naar het bord om te kijken wie er allemaal op de woning zijn vandaag en daarna liep ze naar mij toe met haar armen gespreid. Ze gaf me een knuffel, en niet zomaar een. Een knuffel die uiteindelijk minuten duurde. Ze drukte mij stevig tegen zich aan en keek mij met haar typische zachte glimlach aan. “Veel plezier. Succes. Het ga je goed,” zei ze zachtjes met emotie in haar stem en kneep nog iets harder haar armen om mij heen. “Ik zie je toch nog gewoon”, zei ik ietwat verontwaardigd met een glimlach op mijn gezicht om het niet zo zwaar te maken. “Je gaat niet ver weg verhuizen toch?”. Ze knikte terwijl haar hoofd tegen mijn lichaam gedrukt zat.
Of ze volledig kan overzien wat de verhuizing voor impact op haar heeft en wat dit misschien zal gaan hebben, dat weet ik niet. Maar ze begrijpt wel dat dit een afscheid is. Voor vijf minuten stonden we daar, in stilte. Haar hand wreef langs mijn rug. Het ontroerende mij en de tranen sprongen me bijna in de ogen.
Eerder, in een teamoverleg, werd gezegd: “Afscheid nemen hoort erbij voor haar. Ze woont nu een paar jaar binnen de zorg. Mensen komen en gaan en dit zal ze nog vaak gaan meemaken.” En ja, dat is zo, daar kan ik helaas ook niet iets in veranderen. Dit is de zorg. Begeleiders wisselen, teams veranderen en bewoners verhuizen.
Maar ik vraag me steeds vaker af of we die zin niet te makkelijk gebruiken om onszelf gerust te stellen. Want wie bepaalt eigenlijk dat iemand “maar” een passant is? Vier jaar lang stond ik naast haar. Ik bleef als zij het moeilijk had. Ik hield vast als zij het even niet kon. Ik was degene bij wie ze veiligheid zocht.
We zeggen vaak dat nabijheid belangrijk is, maar we organiseren de zorg alsof langdurige hechting een risico is. Alsof te veel verbinding onprofessioneel wordt. Alsof afscheid nemen makkelijker moet worden door het kleiner te maken. Maar zo werkt het niet. Het doet pijn. Niet omdat het fout gaat, maar omdat het goed gaat. Omdat je je verbindt, terwijl je weet dat het eindig is.
Uiteindelijk liet ze mij los uit haar houdgreep. Helemaal loslaten hoeft gelukkig niet. “Dag Luka,” zei ze, gevolgd met een handkus. Al zwaaiend liep ze de voordeur uit, terwijl ze nog even achteromkeek.
Frustratie, verdriet, vreugde en trots. Alle emoties stroomden door mij heen.
Op school leerde ik de term professionele distantie, maar onder andere in deze vier jaar naast haar leerde ik iets heel anders. Niet afstand, maar juist de professionele nabijheid is het hart van zorg.
Misschien ben ik geen passant. Misschien was ik precies lang genoeg belangrijk.
Maak gratis een account aan, word onderdeel van dé leer & ontwikkel community voor de zorg en neem deel aan onze webinars en evenementen.