Wat bepaalt de Wet zorg en dwang?

De Wet zorg en dwang (Wzd) bepaalt wanneer een cliënt onvrijwillige zorg krijgt of onvrijwillig opgenomen kan worden. Dit gebeurt alleen als het echt niet anders kan. Toestemming blijft dus heel belangrijk, maar door de Wet zorg en dwang kunnen patiënten met een psychogeriatrische aandoening, verstandelijke beperking of gelijkgestelde aandoening alsnog de hulp krijgen die zij nodig hebben. Dementie is een voorbeeld van een psychogeriatrische aandoening. Voordat de onvrijwillige zorg verleend kan worden moet er eerst geëvalueerd worden of het echt de enige mogelijkheid is. Ook moet er voor de minst ingrijpende vorm van zorg gekozen worden.

Bestond er al een dergelijke wet?

De voorganger van de Wzd is de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). Deze wet focuste vooral op opnames en werd alleen uitgevoerd door Bopz-gerechtigde instellingen, zoals gesloten afdelingen. Daar ligt het grootste verschil met de Wzd. De Wzd focust zich op behandelen in plaats van opnemen, wat minder ingrijpend en meer patiëntgericht is.

Wanneer is de Wet zorg en dwang van toepassing?

De Wet zorg en dwang gaat gelden als een patiënt of zijn omgeving ernstige nadelen zal ondervinden door het weigeren van een behandeling. Dit kan gaan om ernstige lichamelijke en psychische nadelen, maar ook om het effect van de patiënt op anderen. Als een patiënt door zijn gedrag agressie bij anderen zal oproepen is dit ook een ernstig nadeel. Als een dergelijke situatie dreigt en er zijn geen andere opties meer, dient de zorgverlener een stappenplan te doorlopen en tot een zorgplan te komen. Dit zorgplan beschrijft in welke gevallen onvrijwillige zorg verleend wordt.

Wie voeren dit uit?

Een zorgverantwoordelijke (bijv. deskundige arts) en een externe deskundige (iemand die bij een andere organisatie werkt) voeren het stappenplan uit. Daarnaast dient een Wzd-functionaris, bijvoorbeeld een arts of psycholoog, te controleren of er voor de minst ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg is gekozen. Tot slot werkt er een cliëntenvertrouwenspersoon mee, die de behoeften van cliënten met verstandelijke aandoeningen goed kent. Lees meer over het stappenplan in onze kennisbank.