De Regionale Zorgnetwerken AMR zijn in 2016 door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) opgericht als onderdeel van de landelijke aanpak van antimicrobiële resistentie. De regionale netwerken brengen zorginstellingen, organisaties en zorgprofessionals samen om infectiepreventie te versterken, verantwoord antibioticagebruik te bevorderen en de verspreiding van resistente micro-organismen binnen de regio’s te voorkomen en te bestrijden. Kijk voor meer informatie op www.zorgnetwerkenamr.nl.
Antimicrobiële resistentie ontstaat wanneer micro-organismen, zoals bacteriën, ongevoelig worden voor antibiotica en andere antimicrobiële middelen. Hierdoor worden infecties steeds moeilijker te behandelen. Dit vormt een groeiende bedreiging voor de volksgezondheid, met gevolgen die vaak pas op langere termijn zichtbaar worden. De regionale zorgnetwerken spelen een centrale rol in het voorkomen van deze ontwikkeling.
De missie van het AMR Zorgnetwerk Euregio Zwolle Noord is het voorkomen van vermijdbare schade en sterfte door infecties met resistente bacteriën in de regio. Het netwerk richt zich op het beheersen van de verdere verspreiding van (multi)resistentie, zodat effectieve behandeling van infecties ook in de toekomst mogelijk blijft.
De focus ligt op preventie van zorginfecties en het tegengaan van verspreiding daarvan. Door te werken aan regiodekkende surveillance, passende diagnostiek en het juiste gebruik van antibiotica wordt onnodige inzet van antimicrobiële middelen voorkomen. Bij uitbraken fungeert het zorgnetwerk als regionaal kenniscentrum voor betrokken zorgorganisaties.
In opdracht van het ministerie van VWS is Isala in Zwolle aangewezen als coördinerend ziekenhuis voor de regio. Vanuit de regionale stuurgroep is een coördinatieteam ingericht dat de uitvoering en afstemming van de AMR-activiteiten verzorgt. Dit team bestaat uit deskundigen uit verschillende disciplines, waaronder medische microbiologie, infectiepreventie, huisartsgeneeskunde, ouderengeneeskunde en epidemiologie. Samen werken zij aan kennisdeling, samenwerking en een effectieve regionale aanpak van antimicrobiële resistentie.